NieuwsBaboe fiets

De Verkeersonderneming in Rotterdam is continu bezig te innoveren en vraagstukken vanuit een ander perspectief te benaderen. In de benadering rondom fileproblematiek rees steeds vaker het besef dat bereikbaarheid op zich niet het vraagstuk is. Mensen hebben geen problemen met files, maar wel als ze ergens niet kunnen komen. Daarvoor een oplossing vinden, vraagt om een bredere aanpak dan de focus op bereikbaarheid. Mobiliteitsgeluk: ergens kunnen komen, staat centraal.

Wij spreken hierover met Hans Stevens, Program Manager Mobility Management bij De Verkeersonderneming.

Wat is jullie definitie van mobiliteitsgeluk?

De bijdrage die mobiliteit levert aan jouw persoonlijke geluk. Een deel van je geluk hangt af van in hoeverre je kunt deelnemen aan wat de maatschappij te bieden heeft. Dit begint bij mobiliteit: als je niet mobiel bent dan heb je geen toegang tot werk, onderwijs en zorg. Zelfs je eigen “social circle” is letterlijk onbereikbaar. Dit kan tot gevolg hebben dat mensen eenzaam worden.

Wat is jullie doel van het onderzoek naar mobiliteitsgeluk?

Toen wij begonnen met het onderzoek hebben wij drie dimensies geformuleerd:

1. Economisch: bereikbaarheid en minder files, goede infrastructuur en verkeersdoorstroming;

2. Sociaal: als je fysiek niet in orde bent en daardoor niet actief deel kunt nemen aan de maatschappij of gebruik kan maken van de mobiliteitsmogelijkheden die er zijn;

3. Cultureel: door de toegang naar mobiliteit ook de mogelijkheid hebben te kunnen genieten van iconische infrastructuur.

Het onderzoek, dat wordt uitgevoerd met enquêtes, spitst zich vooral toe op de sociale dimensie.

Wat willen jullie uit de enquête halen?

We willen laten zien dat mobiliteit meer omvat dan het oplossen van files. Toegang tot mobiliteit draagt ook bij aan je levensstandaard, gezondheid en persoonlijke groei en ontwikkeling maar kan je ook een gevoel van vrijheid geven. Middels de enquête willen we toetsen of mensen deze elementen herkennen. Hiermee willen we juist die minder frequent genoemde punten gaan visualiseren: de verschillende wijken en buurten en het onderscheid in hoe mensen hun mobiliteit ervaren zichtbaar maken. Dit brengt ook andere problematiek aan het licht.

Wij merken dat van buitenaf heel verkeerskundig naar mobiliteit wordt gekeken en niet zozeer naar onderliggende problematiek. Hoe zie jij dit?

Verkeerskundigen zijn voornamelijk opgeleid om files op te lossen. Dit is zonde en ook een beperking van hun vak. Ze bekijken vooral de economische aspecten en laten de sociale en culturele onderbelicht.

Hoe gaat het met het invullen van de enquête en het aantal respondenten?

We hebben nu een oproep gedaan: onder een groep voormalig klanten, zoals oud-deelnemers van spitsmijdenprojecten. Hieruit zijn enkele honderden respondenten voortgekomen.

Wij hebben zelf de vragenlijst ook ingevuld en scoorden behoorlijk hoog (80%). De dip zat voor ons met name in het laatste stuk, wat ook veel meer in ging op de manier waarop je je buurt ervaart. Wat kunnen jullie hiermee?

Voor ons zijn alle uitkomsten waardevol. Als het zo is dat we onder een specifieke groep of in een bepaalde wijk veel dezelfde uitkomsten krijgen, dan biedt dat perspectief om met bijvoorbeeld de betreffende gemeente hierover in gesprek te gaan. Met jullie score behoren jullie wel tot de “happy majority”, maar ook die informatie is waardevol. Als bijvoorbeeld blijkt dat deze groep dezelfde problemen ervaart, dan heb je ook iets te pakken waarmee je aan de slag kunt gaan.

Heb je een beeld bij hoe werkgevers bij kunnen dragen aan mobiliteitsgeluk?

Jazeker, toegang hebben tot werk draagt in een hele grote mate bij aan de sociale kant van mobiliteitsgeluk. Er zijn werkgevers die functies hebben maar deze niet kunnen invullen omdat een specifieke groep het bedrijf niet kan bereiken. Bijvoorbeeld omdat ze geen auto hebben, niet weten hoe een OV-chipkaart werkt of niet kunnen fietsen. Naar een sollicitatiegesprek komen vormt dan al een obstakel. Hier in de Rotterdamse regio denk ik dan bijvoorbeeld aan bedrijven in het Havengebied, maar ook plekken als Nieuw-Reijerwaard dat nu ontwikkeld wordt. Werkgevers hebben een belangrijke rol in het toegang hebben tot werk. Dit wordt niet altijd erkend en herkend, maar wij gaan hierover graag met ze in gesprek.

Welk effect kunnen de uitslagen van de enquête hebben?

Wij hebben onszelf een norm gesteld qua score. Als je hier onder zit dan heb je geen optimale toegang tot mobiliteit en draagt het niet bij aan je geluk. Mensen blijven verantwoordelijk voor hun eigen geluk, maar op wijkniveau kunnen wij wel degelijk impact hebben. Als blijkt dat in bepaalde wijken substantieel laag gescoord wordt, dan geeft dat wel aanleiding om juist daar iets te gaan ontwikkelen. Dan denken wij aan mobiliteitsdiensten en betere toegang tot werk en zorg. Ons doel wordt dan om de scores juist in die wijken omhoog te krijgen zodat mensen er op individueel niveau op vooruit kunnen gaan. Dit kan zelfs bijdragen aan een meer participatieve maatschappij. Zaken als eenzaamheid en werkloosheid kunnen hiermee ook aangepakt worden.

Je zegt hiermee dat er ook veel neveneffecten op kunnen treden als gevolg hiervan. Wij kunnen ons voorstellen dat de uitkomsten dan ook heel interessant zijn voor bijvoorbeeld gemeente Rotterdam.

Dat klopt, wij zijn ook in gesprek met verschillende mensen binnen de gemeente Rotterdam hierover. Interessant is dan ook dat, wanneer je het over sociale mobiliteit hebt, je bij andere mensen binnen de gemeente terechtkomt dan wanneer we praten over files. Ondanks het feit dat het allemaal te maken heeft met mobiliteit, zit dit stuk niet bij de mobiliteitsafdeling. Dit valt bijvoorbeeld onder een afdeling als werk & inkomen en soms zelfs sport & recreatie. Verkeerskundigen en mobiliteitsdeskundigen houden zich met deze zaken veel minder bezig.

Bij een afdeling zoals werk & inkomen zien we ook wel dat zij met deze zaken vaak al actief bezig zijn. Er wordt veel energie gestoken in eenzaamheid onder ouderen, maar bijvoorbeeld ook in kleinschalige mobiliteitsprojecten die bij ons niet direct bekend zijn. Pas als je in gesprek gaat, kom je erachter dat er al dingen gebeuren. Maar een meting daaromtrent, waarin mensen ook hun gevoel kunnen duiden, is nog niet eerder uitgevoerd. De betrokkenen binnen de gemeenten erkennen ook wel dat dit toegevoegde waarde heeft.

In dat kader lijkt het ook interessant een groep mensen te volgen en te bezien wat de effecten zijn na een x-tijd?   

Ja, dat is zeker zo en dat hebben we eerder gedaan in samenwerking met GFK bij de start van het “Beter Benutten” programma. We zijn toen begonnen met een 0-meting om mensen een mening te laten geven in hun kijk op huidige mobiliteit. Een jaar later hebben we dezelfde meting nog eens gedaan onder dezelfde groep. We zien dat er onder die mensen wel een soort “shift” is ontstaan: hun mening over mobiliteit verandert naarmate ze actief bezig zijn met bereikbaarheid en deelnemen aan acties. Het gebruik van de e-bike is sterk gestegen onder mensen die aan acties of een spitsmijdenproject hebben meegedaan. Zij scoren aanmerkelijk hoger dan mensen die niet hebben meegedaan aan een van deze acties. We kunnen met zo’n 1-meting dus wel effecten zien. Zoiets zou je ook kunnen doen met dit onderzoek naar sociale mobiliteit. De enquête is nu de 0-meting en over een bepaalde tijd kun je mensen dezelfde vragen stellen en hun uitkomsten vergelijken.

Hoe lang loopt het onderzoek nog en wat gaat er met de eerste resultaten gebeuren?

Dat is nog niet bekend op dit moment. Ik vind dat we het onderzoek veel groter uit moeten rollen, maar we gaan het binnenkort wel eerst goed valideren. We hebben de vragenlijst met onze eigen expertise opgesteld. Het is ook waardevol om te laten toetsen bij experts vanuit bijvoorbeeld de Erasmus Universiteit. De enquête krijgt dan bijna een wetenschappelijke waarde. Valideren van wat we nu hebben is stap één en daarna verder uitrollen in de Rotterdamse regio. Vanuit het land is er veel interesse voor het onderwerp en er zijn diverse partijen die interesse hebben getoond. De ANWB heeft ons ook benaderd en enkele vervoerders. Als het onderzoek verder gevalideerd is en er meer respondenten zijn, dan is het zeker de bedoeling om dit grote landelijke bekendheid te geven.

Waarom moeten mensen de enquête invullen?

Mobiliteit levert een bijdrage aan hoe de wereld in elkaar zit en onze maatschappij georganiseerd is. Als je gezamenlijk zaken aanpakt en daarbij ook kijkt naar de sociale kant van mobiliteit, dan kun je dingen concreet verbeteren. Dat kan zelfs in je eigen wijk of buurt als blijkt dat daar veel verbeterpunten zijn. Je wordt er zelf beter van, maar ook je omgeving profiteert van de uitkomsten. Iedereen kent wel iemand die in een situatie zit waarin beperkt toegang is tot onderwijs, werk of zorg. Het invullen van deze enquête kan een eerste stapje zijn om ook deze mensen iets te kunnen bieden.

Vul de vragenlijst over mobiliteitsgeluk ook in en blijf op de hoogte van het onderzoek: klik hier.