Nieuws

Overal mogen we de auto parkeren. De gevolgen: woningnood, milieuvervuiling, horizonvervuiling en overvolle straten. Toch staan de parkeergarages leeg. De Correspondent legt in dit artikel haarfijn uit hoe dit komt en hoe het kan veranderen.

Eerst wat statistieken op een rij: in Nederland rijden zo’n 8,2 miljoen auto’s rond. Voor die auto’s zijn 16 miljoen parkeerplekken beschikbaar. Bij elkaar nemen die ongeveer 175 vierkante kilometer ruimte in beslag – iets meer dan de oppervlakte van de gemeente Amsterdam. Twee derde van de parkeerplaatsen staat op openbare ruimte en 92% van die plekken wordt gratis aangeboden. Daarbij komt dat er sinds de jaren tachtig steeds minder auto wordt gereden terwijl er wel meer auto’s zijn bijgekomen. Kortom: de auto staat vaker stil. In Amsterdam gebruikt een vijfde van de vergunninghouders zijn auto niet wekelijks.

Parkeren is veel te goedkoop

Parkeerplaatsen zijn in veel gevallen dus gratis te gebruiken. En wanneer er wel parkeertarieven gelden, ligt de prijs veel lager dan de werkelijke marktprijs van een parkeerplaats. Die werkelijke prijs, berekend door te kijken naar de waardeverhoging van een huis met oprit, ligt in Amsterdam op ongeveer € 3.600 per jaar. Een parkeervergunning in hartje Amsterdam kost ‘slechts’ € 535 per jaar. Het gevolg is dat straten vol staan met auto’s die nauwelijks gebruikt worden en dat in sommige wijken zelfs meer auto’s staan dan dat er parkeerplekken zijn. Daarentegen staan de parkeergarages in en rondom het centrum ‘s avonds nagenoeg leeg. Mensen parkeren namelijk liever voor hun eigen deur, zeker als het net zoveel kost als in een parkeergarage.

De oplossing? Straatparkeren fors duurder maken; dan verdwijnen de auto’s vanzelf uit het straatbeeld. Maar ook bij bewoners komt langzaam het besef dat het anders moet. In de Amsterdamse wijk de Pijp werd na de bouw van een parkeergarage (kosten zo’n 34,6 miljoen euro voor 600 plekken) fel gedemonstreerd toen de gemeente niet 600 maar 300 parkeerplaatsen wilde opheffen. De bewoners claimden de vrijgekomen ruimte met bankjes, tafels en fietsenrekken. Uiteindelijk werden alle 600 plekken na flink protest opgeheven.

Deelauto’s zorgen voor vergroening

En ook in veel andere gemeenten is een verschuiving zichtbaar. Er komen bijvoorbeeld in Utrecht nieuwbouwwijken met weinig parkeerplaatsen en veel deelauto’s. Iemand die gebruikmaakt van deelauto’s, is sneller geneigd om zijn eigen auto weg te doen (of niet aan te schaffen). Dat blijkt uit een onderzoek van adviesbureau Goudappel Coffeng. 33% van de leden van Greenwheels (een van de grootste aanbieders van deelauto’s) doet zijn eigen auto weg. Bovendien rijden ze minder kilometers met de auto dan gemiddeld, wat goed is voor een CO₂-besparing van 14.500 ton. Deelauto’s zorgen naast een vergroening van het straatbeeld dus voor feitelijke besparingen op uitstoot. En ook daar liggen nog veel kansen. Greenwheels is bezig met het elektrificeren van het wagenpark. Wanneer het volledige potentieel van de autodeelmarkt wordt benut, dan is dat in totaal ruim 1 megaton aan CO₂-uitstoot die bespaard kan worden.